Samen, c’est Ensemble en néerlandais. Résumé d’une étude de 2024 évaluant l’intégration communes – CPAS mise en place par la Flandre cinq ans auparavant.
De evaluatiestudie« Effecten van de integratie gemeente en OCMW vanuit het perspectief van de betrokkenen» werd uitgevoerd door onafhankelijke onderzoekers van het Steunpunt Bestuurlijke Vernieuwing (UAntwerpen en UHasselt) in opdracht van het Agentschap Binnenlands Bestuur en de Minister van Binnenlands Bestuur. De studie ging na in welke mate de beoogde doelstellingen van de integratie gemeenteOCMW na vijf jaar al dan niet bereikt zijn.
We gaan na wat het effect van de integratie is vanuit het perspectief van de actoren die de integratie van nabij hebben meegemaakt, nl. de politiek leidinggevenden, de ambtelijk leidinggevenden en de uitvoerende medewerkers. We bestuderen deze gepercipieerde effecten op vier domeinen: 1) politiek-ambtelijke verhoudingen, 2) interne werking, 3) beleid en dienstverlening, en 4) verzelfstandiging, privatisering en OCMW-verenigingen. We legden survey- en interviewvragen hieromtrent voor aan 91 respondenten uit 30 gemeentebesturen in de periode februari-april 2023. Via een uitgebreide data-analyse brachten we de effecten van de integratie op de vier bestudeerde domeinen aan het licht. De analyse maakte het ook mogelijk om deze effecten te verklaren aan de hand van de verschillen tussen de gemeenten in de manier waarop ze de integratie uitvoerden.
In vergelijking met de focus en aandacht op het sociaal beleid in de voormalige OCMW-raad, is de sociale beleidsfocus in de huidige raad voor maatschappelijk welzijn (RMW) afgenomen. Dit komt door de verschuiving van agendapunten inzake het sociaal beleid naar de gemeenteraad, het vast bureau en de schepen van sociale zaken.
Hoewel het bijzonder comité voor de sociale dienst (BCSD) bij het merendeel van de besturen slechts een uitvoerende rol heeft (i.e. behandeling sociale steundossiers), zien we dat gemeenten met een actief BCSD (i.e. actieve adviesfunctie m.b.t. het sociaal beleid) een kwaliteitsvoller sociaal beleid ervaren. De beleidsadviserende functie van het BCSD daagt in deze gemeenten het vast bureau en de raad uit om met kwaliteitsvolle initiatieven te komen die passen bij de realiteit die ze via de steundossiers dagelijks onder ogen krijgen.
Hoewel de ondersteunende diensten in de meeste gemeenten reeds maximaal geïntegreerd zijn, is dit veelal niet het geval voor de sociale dienst en onthaal.We zien bij de sociale dienst ook nog vaak grote culturele verschillen met de gemeente op het vlak van dienstverlening (hulpverlening vs. dienstverlening), leiderschap (coachend vs. hiërarchisch) en specialisatie (doelgroepenspecialisatie vs. taakspecialisatie), die soms voor spanningen zorgen.
Een optimale structurele integratie heeft een positieve impact op de ervaren efficiëntiewinsten die gegenereerd kunnen worden door de integratie. Deze efficiëntiewinsten bevinden zich voornamelijk op het niveau van de ondersteunende diensten, maar ook in de sociale dienst en het onthaal (e.g. rotatie van onthaalpersoneel). De taakuitvoering en personeelsinzet is efficiënter door een verregaande structurele integratie van het OCMW in de gemeente. Een evenwicht tussen een focus op efficiëntiewinsten via een structurele integratie en een focus op kwaliteitsvol beleid en dienstverlening via een intensere samenwerking en (culturele) afstemming tussen autonome diensten lijkt noodzakelijk.
De integratie gemeente-OCMW isin de meeste gemeenten nog niet volledig afgewerkt. In de hoofden van de voormalige OCMW-medewerkers is het OCMW in veel gevallen nog altijd een aparte organisatie. Het betrekken van personeel bij het integratieproces en het creëren van draagvlak bij het personeel bleken essentiële aspecten voor een vlotte structurele en culturele integratie en voor het bereiken van efficiëntiewinsten, maar werden niet altijd optimaal benut gedurende het integratietraject.
De invloed van de integratie gemeente-OCMW op de organisatie van de OCMW-diensten komt het sterkst tot uiting in de publiekrechtelijke verzelfstandiging. Uit de interviews is gebleken dat de keuze voor een publiekrechtelijke verzelfstandiging (i.p.v. privaatrechtelijke verzelfstandiging) na de integratie voornamelijk was ingegeven door de wens om toch enige controle over deze diensten te behouden. Daarnaast zien we ook dat de integratie heeft geleid tot een (beperkte) privatisering van sommige OCMW-diensten.