Pour la solidarité, Contre L'exclusion

samen

Een carrière in de werkloosheid ?

Een van de fake news die de regering verspreidt, is de mythe van de « levenslange werkloosheid ». Hoe zit het daar nu echt mee ?

Het verhaal rond de hervorming van de werkloosheidsuitkeringen is sterk gericht op de « afwijking » die het recht op werkloosheidsuitkeringen zonder tijdslimiet in België zou vormen ten opzichte van andere EU-landen, wat met name werd geïllustreerd door mensen die een « carrière in de werkloosheid » zouden opbouwen. In zijn algemene beleidsverklaring van 26 november 2025 in de Kamer zei premier Bart De Wever : « De afgelopen maanden zijn er veel verhalen verschenen over mensen die in staat zijn om te werken, maar al meer dan twintig jaar thuis zitten terwijl ze een werkloosheidsuitkering ontvangen. Aangrijpende getuigenissen. Vaak zijn deze mensen de vergetenen van een systeem dat hen afhankelijk heeft gehouden van de Staat en te weinig heeft gedaan om hen aan het werk te krijgen. We hebben ervoor gekozen om deze mensen niet langer aan hun lot over te laten. We gaan hen uit hun isolement halen en hen helpen hun leven weer in eigen handen te nemen. Daarom hebben we de werkloosheidsuitkeringen beperkt tot een maximale duur van twee jaar. Het werkloosheidsstelsel moet een springplank zijn. Het mag nooit een hangmat voor het leven zijn. » Deze minachtende uitspraken (een hangmat !) van de regeringsleider waren niets anders dan een herhaling van het refrein over de « levenslange werkloosheid », dat in 2019 voor het eerst door de Vlaamse werkgeversorganisatie (VOKA) werd gelanceerd (1), vervolgens in de Franstalige gemeenschap door de MR en Les Engagés werd overgenomen tijdens de verkiezingscampagne van 2024, en zich na die verkiezingen zelfs binnen de partij DéFI verspreidde. (2) In deze context heeft de bewering dat op 1 januari 2026 mensen die « minstens twintig jaar » werkloos zijn uitgesloten zouden worden, sterk bijgedragen aan het creëren van draagvlak voor deze maatregel buiten de klassieke rechtse achterban, bij mensen die dachten: « Twintig jaar is inderdaad overdreven ». Dit geldt des te meer wanneer het cijfer van meer dan twintigduizend mensen wordt genoemd die zogenaamd met deze « werkloosheid van meer dan twintig jaar » te maken hebben.

Zeer vroege werklozen ?

Als we echter kijken naar de leeftijdsverdeling van de 22.032 werklozen die in januari 2026 uit het stelsel zouden moeten worden verwijderd (3), dan zou men eigenlijk niet moeten spreken van mensen die een « carrière in de werkloosheid » hebben opgebouwd, maar eerder van mensen die « al vanaf de wieg of de school werkloos zijn » ! Inderdaad, 30 % is jonger dan 25 jaar, 20% tussen 25 en 29 jaar en 7% tussens 30 en 34 jaar. Een verbazingwekkend vroege start van deze « werkloosheidcarrrière », aangezien deze al tussen de kleuterschool en de adolescentie begint ! Afgezien van deze bitterzoete grap : als de meederheid van de mensen (12.306, oftewel 57%) die in Januari hun recht op werkloosheiduitkering verliezen zo jong is, komt dat omdat zij dit recht hebben verworven op basis van hun studies en sinds 2012 « inschakelingsuitkeringen » worden genoemd. Vanaf die datum was dit recht beperkt tot drie jaar, ongeacht de leeftijd voor samenwonenden, en tot drie jaar na hun dertigste voor gezinshoofden en alleenstaanden. De Arizona-hervorming beperkt hun recht nu tot slechts één jaar. Dat is de reden waarom 57 % van deze eerste uitgeslotenen geen werklozen ouder dan twintig jaar zijn, maar wel inschakelingsuitkeringengerechtigden, van wie 88 % jonger is dan dertig jaar (de helft van het totale aantal uitgeslotenen op dat moment) ! Er blijven dus 9.221 werklozen « ouder dan twintig jaar » over (21.527 – 12.306), ofwel 4,76 % van het totaal van 193.904 geplande uitsluitingen. Meer dan twee derde van hen (68 %) is minstens 55 jaar oud.

Perioden van werk en werkloosheid

Er zijn maar heel weinig mensen die al twintig jaar onafgebroken werkloos zijn. Het gaat namelijk om mensen die in hun GEHELE loopbaan ten minste 6.240 dagen aan werkloosheidsuitkering (20 jaar x 312 dagen) hebben ontvangen. Voor iemand van 60 jaar kan dat bijvoorbeeld 20 jaar werken en 20 jaar werkloosheid betekenen, al dan niet in onderbroken periodes. Onder deze werklozen zijn er ongetwijfeld mensen die aan het begin van hun loopbaan een korte periode hebben gewerkt, na minstens een jaar voltijds werk recht op een werkloosheidsuitkering hebben gekregen en vervolgens werkloos zijn gebleven zonder opnieuw werk te vinden, maar wel aan de talrijke verplichtingen hebben voldaan die voor werklozen gelden. In de dagelijkse gesprekken hoor je vaak : « Ik ken iemand die zijn hele leven werkloos is geweest ». We houden ons al meer dan twintig jaar bezig met werklozen, met name langdurig werklozen, en we hebben er ook wel eens één meegemaakt. Eén enkele, in werkelijkheid, op de honderden mensen die we hebben begeleid, die alleen zo lang had gewerkt als nodig was om recht op een werkloosheiduitkering te krijgen en daarna nooit meer heeft gewerkt. Dit soort situaties is echt uitzonderlijk. Onze praktijkervaring met werklozen « van boven de twintig » is die van Christophe, die aan het begin van zijn loopbaan acht jaar heeft gewerkt, wiens baan door de digitalisering is verdwenen en die er daarna niet in is geslaagd zich om te scholen en ondanks honderden sollicitaties nooit meer werk heeft gevonden. Het is Nathalie, die haar hele leven in fragmentarische banen heeft gewerkt (tijdelijke contracten, uitzendwerk, deeltijdwerk, enz.) en die verbaasd is dat men haar beschouwt als een werkloze van meer dan twintig jaar, terwijl ze de afgelopen dertig jaar bijna onafgebroken heeft gewerkt. Het is Christine die vijftien jaar als werknemer en vijf jaar als zelfstandige heeft gewerkt, met tussenpozen van werkloosheid waarvan ze zich niet realiseerde dat die in totaal 6.240 dagen aan uitkering vertegenwoordigden.

Er zijn maar heel weinig mensen die al twintig jaar onafgebroken werkloos zijn. Het gaat namelijk om mensen die in hun GEHELE loopbaan ten minste 6.240 dagen aan werkloosheidsuitkering (20 jaar x 312 dagen) hebben ontvangen.
Er zijn maar heel weinig mensen die al twintig jaar onafgebroken werkloos zijn. Het gaat namelijk om mensen die in hun GEHELE loopbaan ten minste 6.240 dagen aan werkloosheidsuitkering (20 jaar x 312 dagen) hebben ontvangen.

Een overwegend korte duur

De cijfers tonen aan : in de meeste gevallen is werkloosheid een vrij korte fase in het leven. Toen we de RVA (Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening) in het voorjaar van 2025 hierover ondervroegen, verstrekte het ons de statistieken voor de periode maart 2025 over de uitkeringsduur van alle werkzoekende uitkeringsgerechtigde volledig werklozen (UVW-WZ) : werklozen op basis van een voltijdse of deeltijdse baan, uitkeringsgerechtigden in het kader van de inschakeling-, beschermings-, kunst- en bedrijfsaanvullingsregeling. Het ging toen om 302.098 personen, waarvan 6.363 geregistreerd stonden als werkloos sinds minstens 20 jaar, ofwel 2% van de UVW-WZ. En hoeveel personen waren minder dan 5 jaar werkloos? 225.445 personen, ofwel 75% van de volledig werklozen met een uitkering. Bovendien zijn dit mensen die niet noodzakelijkerwijs elke dag werkloos zijn, zoals eerder uitgelegd. In 2024 had Philippe Defeyt aan de RVA gevraagd welk percentage van de werklozen had gewerkt sinds de grens van twee jaar werkloosheid was overschreden. Het antwoord was 37%.

Veelzeggende cijfers

Laten we terugkeren naar de cijfers van januari over degenen die buiten de werkloosheiduitkeringen vallen. Zoals hierboven uitgelegd, gaat het bij de meerderheid om jonge inschakelingsuitkeringengerechtigden. 68 % van degenen die al minstens twintig jaar als werkloos worden beschouwd, is 55 jaar of ouder. In de leeftijdsgroep van 40 tot 44 jaar zijn er… 99 personen en slechts één in de leeftijdsgroep van 35 tot 40 jaar. Dit zijn mensen die aan het begin van hun loopbaan hebben gewerkt en daarna een lange periode van werkloosheid hebben doorgemaakt. Dit vertegenwoordigt 0,05 % van de 193.904 geplande uitsluitingen. De «carrière in de werkloosheid» is dus een mythe die wordt gebruikt om mensen massaal uit te sluiten. Toch gaat het er ook niet om deze kleine honderd werklozen te stigmatiseren. Ze zitten niet « comfortabel » in de werkloosheid. Het gaat om mensen van wie de eerste werkervaring(en) slecht zijn verlopen, die de ene na de andere onzekere baan en mislukking hebben gehad, die worden geconfronteerd met een competitieve arbeidsmarkt die hen geen vacatures biedt die aansluiten bij hun situatie en hen kunnen helpen uit de werkloosheid te raken, terwijl het systeem voor de opvang van arbeidsongeschikten niet bereid is hun arbeidsongeschiktheid te erkennen. Laten we bovendien niet vergeten dat de forfaitaire uitkeringen erg laag zijn en in de lokale economie worden uitgegeven. Iemand die 1.400 € per maand ontvangt, leeft niet in luxe (waar zou ze van « profiteren »? Van het overleven ?) en heeft niet de mogelijkheid om dat geld op een rekening in de Bahama’s te storten. Trouwens, laten we het eens hebben over de fiscale « profiteurs » in plaats van de zogenaamde sociale « profiteurs » ?

(1) Lorem ipsum dolor sit amet, consectetur adipiscing elit. Ut elit tellus, luctus nec ullamcorper mattis, pulvinar dapibus leo.

(2) Lorem ipsum dolor sit amet, consectetur adipiscing elit. Ut elit tellus, luctus nec ullamcorper mattis, pulvinar dapibus leo.

(3) Lorem ipsum dolor sit amet, consectetur adipiscing elit. Ut elit tellus, luctus nec ullamcorper mattis, pulvinar dapibus leo.

Partager cet article

Facebook
Twitter